De Slag bij Kijkduin en haar beweeglijke betekenis
De betekenis van een historische gebeurtenis ligt niet altijd vast op het moment dat deze plaatsvindt. Kennis over wat daarna gebeurt, kan een gebeurtenis achteraf in een heel ander licht plaatsen. Wat betekende de Slag bij Kijkduin toen deze plaatsvond? En hoe veranderde deze betekenis met de kennis over wat er daarna gebeurde?
De Slag bij Kijkduin wordt vaak omschreven als: ‘allesbepalend’, ‘de overwinning die de Republiek redde van de ondergang’ of ‘een moment waarop Michiel de Ruyter zijn militaire genialiteit bewees’. Deze beschrijvingen kloppen wel, maar de nadruk ligt vooral op de betekenis die de slag achteraf heeft gekregen. Daarmee wordt slechts een deel van het verhaal verteld.
Voor de mensen die in 1673 bij de slag betrokken waren, was de slag geen vanzelfsprekend keerpunt in een periode van vele oorlogen op zee.
Met eigen ogen
Kijkduin was voor hen onderdeel van een veel groter politiek geheel. In plaats van alleen via verhalen of pamfletten over de oorlog te horen, konden inwoners van de omgeving van Kijkduin de strijd deze keer met eigen ogen aanschouwen en zagen ze hun beroemde Admiraals in actie.
Engeland en de Nederlandse Republiek waren namelijk al ruim twintig jaar vaak met elkaar in oorlog. Dat de stadhouder van de Republiek enkele jaren later ook koning van Engeland, Schotland en Ierland zou zijn, was vanuit 1673 waarschijnlijk nauwelijks voorstelbaar.
De strijd vóór de slag
Om te begrijpen wat de Slag bij Kijkduin in 1673 betekende, moeten we eerst terug naar hoe de Republiek in dat politieke klimaat terecht was gekomen.
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was een kleine, rijke en succesvol land in een tijd van koningen. Een land dat door handel en zeevaart steeds welvarender en machtiger was geworden. In Europa was veel onderlinge concurrentie.
Zo wilde de Franse koning Lodewijk XIV bijvoorbeeld zijn macht en grondgebied uitbreiden ten koste van de Republiek. Ook Engeland had er belang bij om de economische en vooral maritieme macht van de Republiek te verzwakken. In de Republiek zelf was sprake van verdeeldheid binnen de politiek en onvrede van het volk. Die politieke verdeeldheid maakte de Republiek kwetsbaarder en dat zagen haar tegenstanders als een kans.
Frankrijk wist met verschillende Europese grootmachten bondgenootschappen te sluiten. Ook de Engelse koning Karel II sloot zich bij Frankrijk aan, waardoor de Republiek van alle kanten onder druk kwam te staan. Het jaar dat dit gebeurde, 1672, staat nu algemeen bekend als het Rampjaar.
In enkele weken trok een enorm leger de Republiek binnen en het leger van de Republiek was lang niet sterk genoeg om de invasie tegen te houden. Steden vielen in hoog tempo en grote gebieden van het oosten van de Republiek vielen in handen van de vijand.
Het lot van de Republiek zag er somber uit, maar er gebeurde veel tussen het Rampjaar en de Slag bij Kijkduin.
Weer weerbaarder
Ondanks zware nederlagen in 1672 wist de Republiek in een korte tijd politiek en militair weerbaarder te worden. Zo werd Willem III van Oranje tot stadhouder benoemd en werden er bijvoorbeeld delen van het land onder water gezet om verdere invasie over land tegen te gaan.
Op zee vonden enkele grote zeeslagen plaats om vijandige landing aan de Nederlandse westkust te voorkomen. Hoewel de Republiek zich op zee nog staande wist te houden, was de oorlog een jaar later nog altijd onbeslist en dreigde er voor de kust een invasie van een gecombineerde Engels-Franse vloot.
Eenheid gezocht
De ernst van de situatie vroeg om de inzet van alle beschikbare Admiraals, ook van degenen die elkaar niet uit konden staan. De Republiek kon zich vanwege de dreigende invasie geen oude wrokken veroorloven.
Daarom stond de nieuwe 23-jarige stadhouder Willem III in 1673 voor een uitdagende taak. Hij wilde dat Cornelis Tromp, die bekend stond als uitgesproken prinsgezind, zich weer bij de vloot zou voegen. Tromp had alleen enorme ruzie met de opperbevelhebber van die vloot: Michiel de Ruyter. De twee zeelieden waren al zeven jaar lang op zowel persoonlijk als professioneel vlak in conflict met elkaar, na een incident tijdens een eerdere zeeslag dat de vloot in gevaar had gebracht. Michiel de Ruyter was inmiddels 66 jaar, maar zijn leiderschap over de vloot was voor de Republiek te belangrijk om hem met pensioen te laten gaan.
Willem III nam het daarom persoonlijk op zich om de verzoening tussen de twee Admiraals te bewerkstelligen. Dit verliep niet makkelijk. Bij het eerste gesprek beledigde Tromp de vrouw van De Ruyter. Toch drong Willem III door en wist hij De Ruyter en Tromp uiteindelijk elkaar de hand te laten schudden. Zo kreeg de Nederlandse vloot haar sterk ervaren Admiraals weer samen aan boord.
De tocht richting Kijkduin
Willem III versterkte eerst de kustverdediging en zorgde ervoor dat de zeegaten zo goed mogelijk werden afgesloten. Omdat hij daarna terugkeerde naar zijn post bij het landleger, stuurde hij een brief naar Michiel de Ruyter met als opdracht om een zeeslag aan te gaan.
Op 12 augustus besloot Willem III zich naar het vlaggenschip De Zeven Provinciën te laten varen, waar Michiel de Ruyter hem vriendelijk verwelkomde. Er werd een krijgsraad gehouden. Tijdens deze krijgsraad werd de nieuwe situatie besproken: de Nederlandse vloot was nog steeds in de minderheid, maar de kustverdediging was versterkt. Ook moest er een waardevolle retourvloot uit Oost-Indië veilig de Nederlandse havens kunnen bereiken. Het was erg belangrijk dat deze retourvloot niet door Engelse of Franse schepen zou worden onderschept.
Daarbij bewoog de vijandelijke Engels-Franse vloot zich richting het noorden van het land. Willem III wilde ze volgen en de zeeslag aangaan, maar De Ruyter dacht dat de noordwaartse beweging een afleidingsmanoeuvre kon zijn. Toch drong Willem III gezien de situatie erop aan om de vloot te volgen en de zeeslag aan te gaan. Als de zeeslag nog zou plaatsvinden voor de Nederlandse kust, zou de Nederlandse vloot het voordeel van kennis over de wind, stromingen en het vaarwater hebben. Willem III tekende voor deze opdracht vervolgens een bevelschrift, zodat de Nederlandse vloot de confrontatie niet uit de weg zou gaan.
Bemoedigen en bedanken
Voordat Willem III de vloot weer verliet, sprak hij de bemanning toe en bedankte hen voor hun bereidheid hun leven voor het vaderland te wagen. De Ruyter zwoer hem in het bijzijn van de bemanning trouw. Willem III kwam daarna niet meer aan boord, maar zijn woorden en de toewijding van De Ruyter bleven de bemanning wel bij. De vloot zette de zeecampagne voort. Na twee eerdere zeeslagen bij Schooneveld voeren ze nog een confrontatie tegemoet.
Een beangstigend schouwspel
Toen was het zover. Tussen Den Helder en Texel kwamen de Nederlandse en de gecombineerde Engels-Franse vloot weer tegenover elkaar te liggen. Op 21 augustus 1673 stonden wel honderden mensen op de Kijkduin te kijken naar de vele schepen die met elkaar in gevecht raakten. Grote delen van de Republiek waren bezet en de vijandelijke vloot bevond zich, duidelijk in de meerderheid, vlak voor de kust waar zij woonden.
Mensen kwamen niet alleen uit angst, verwondering of nieuwsgierigheid naar het spektakel: sommigen hoopten op de kans aangespoelde kostbaarheden van de schepen te kunnen jutten om van te leven. Die dag op de duin, met de strijd in volle gang, waren rook, mist, bloed, water, angst, onzekerheid, preken en geschreeuw amper van elkaar of van het kanongebulder te onderscheiden.
De Slag bij Kijkduin barstte al ’s ochtends los. De voorhoede van Michiel de Ruyter raakte als eerst in gevecht met het eskader van de Franse commandeur Jean D’Estrées. De Nederlanders wisten door de Franse linie heen te breken, waardoor een deel van de Franse vloot zich ondanks stevige tegenstand geboden te hebben rond de middag al uit het gevecht terugtrok.
Waarom de Fransen zich precies terugtrokken, was destijds ook niet helemaal duidelijk. Nederlandse berichten noemden dit een teken van respect voor De Ruyters vlaggenschip De Zeven Provinciën, terwijl andere bronnen wijzen op een geheime opdracht van koning Louis XIV om Franse schepen te sparen. Door de terugtrekking kon De Ruyter zich voornamelijk op het gevecht met de Engelse eskaders richten.
Aan Engelse zijde speelde ondertussen een heel ander conflict. De Engelse admiraal Edward Spragge had een persoonlijke vete met Cornelis Tromp en zette de achtervolging in omdat hij had gezworen Tromp te doden. Dit deed hij zelfs ten koste van de gevechtsformatie van zijn vloot. Hun vlaggenschepen raakten zwaar beschadigd, maar geen van beiden gaf de strijd op. Ze stapten over op andere schepen en zetten hun duel voort.
Ondertussen lukte het De Ruyter en zijn eskader vanwege een draaiing in de wind om tussen de Engelse vloot te komen en de strijd laaide verder op. Nadat de Engelsen zich hergroepeerden en noordwaarts voeren om Spragge te hulp te komen, volgde De Ruyter hen om Tromp te ondersteunen.
Bij Spragge en Tromp waren inmiddels niet alleen hun schepen zwaar beschadigd, maar was ook een groot deel van hun bemanning omgekomen. Toen Spragge vervolgens per roeiboot naar een derde schip wilde overstappen, werd zijn boot door een kanonskogel geraakt. Admiraal Spragge verdronk.
Om 18:00 bereikte de Ruyter de overgebleven schepen van Tromp en zo begon de slotfase van de Slag bij Kijkduin. Meerdere pogingen van de Nederlanders om het Engelse vlaggenschip in te nemen mislukten en de zee kleurde steeds roder van het bloed. Kogels, hout en schroot vlogen in het rond en vuur laaide rond. De Engelsen wisten de Nederlanders nog net af te weren. De strijd liep ten einde en De Ruyter besloot de vloot zich terug te laten trekken in de ondiepere wateren voor de kust van de Republiek.
Bij de Slag bij Kijkduin overleden ongeveer drieduizend mensen. Meer dan de helft daarvan was van Franse of Engelse afkomst.
Woede en opluchting
De Engelsen waren woedend op hun bondgenoten. Zij voelden zich compleet in de steek gelaten door het terugtrekken van de Fransen. De Nederlanders waren opgelucht: een vijandelijke landing aan de kust en een verdere invasie waren voorkomen en de Nederlandse vloot was overeind gebleven. Het was geen verpletterende overwinning, maar wel een belangrijke uitkomst in een oorlog waarin de Republiek zich nog altijd moest verdedigen.
Het verbroken verbond en Karels koerswijziging
Wat niemand op dat moment had kunnen weten, was dat de politieke verschuivingen tussen Engeland, Frankrijk en de Republiek die volgden achteraf gezien deels samenhingen met de Slag bij Kijkduin. Dit maakte de Slag bij Kijkduin juist achteraf een belangrijkere strategische overwinning dan op dat moment zichtbaar was. De woede van de Engelsen op de Fransen kwam namelijk terecht in een Engeland waar publiekelijk en politiek gezien al veel onvrede bestond over het bondgenootschap met Frankrijk. Engelse Koning Karel II besloot mede door deze versterkte al bestaande anti-Franse sentimenten vrede te sluiten met de Republiek. Het bondgenootschap met Frankrijk viel daarmee uiteen.
Slechts vier jaar later, in 1677 veranderde de verhouding tussen Engeland en de Republiek nog verder. Mary Stuart, de nicht van Karel II, trouwde met Willem III. Dezelfde stadhouder die in 1673 nog de Nederlandse confrontatie met Engeland sterk aanspoorde. Het was een huwelijk tussen twee mensen dat vanuit het perspectief van 1673 nauwelijks voorstelbaar was.
De politieke verschuivingen die volgden, waren natuurlijk niet alleen het gevolg van de Slag bij Kijkduin. Ook andere ontwikkelingen veranderden het verloop van de oorlog en de internationale verhoudingen. Toch was Kijkduin daar onderdeel van. Voor de mensen aan de kust en op de schepen was de slag op 21 augustus 1673 vooral een ingrijpende gebeurtenis midden in een oorlog, met grote menselijke verliezen en grote opluchting dat een vijandelijke landing was voorkomen. In het verhelderende licht van wat er later gebeurde werd deze dag een bijzonder onderdeel van het grotere verhaal.