Het bekendste scheepswrak van Curaçao

Het was vroeg in de ochtend van 15 september 1778 toen de haven van Willemstad werd opgeschrikt door een reeks luide, oorverdovende knallen.

S. Fokke, “Het springen van 's lands oorlogschip Alphen voor Curacao, den 15 september 1778” (1778). Collectie Marinemuseum, A-003a-674.

Al snel kleurde de lucht zwart van de rook en was deze gevuld met hout-, ijzer- en menselijke resten. Sommige matrozen sprongen in paniek in het water om zichzelf te redden. Vele anderen vonden een zeemansgraf. Het was een Nederlands fregat dat was ontploft, maar niemand weet – tot op de dag van vandaag – wat er precies is gebeurd.

Wat we wel weten, is dat 204 mensen van de 227 man aan boord de dood vonden bij deze tragische ramp. Ontmoet de ‘Alphen’: het bekendste scheepswrak van Curaçao.

Curaçao, 1778

Curaçao werd aan het eind van de achttiende eeuw omschreven als ‘de enige veilige haven die de staat (Nederland) in West-Indië (Noord- en Zuid-Amerika) bezit, waar meer dan 300 schepen van het grootste formaat kunnen schuilen en beschermd zijn tegen de kracht van wind en zee, waar alle schepen kielgehaald kunnen worden en hersteld van opgelopen schade, en waar een verslagen vloot of koopvaarders uit onze koloniën altijd hun toevlucht kunnen zoeken dankzij de ligging aan de lijzijde…’[1]

 

G. van Keulen, “Curaçao” kaart uitgegeven door R. Laurie & J. Whittle (1794). Library of Congress, G5180 1775 .K41, 73694027.

Het eiland viel van 1634 tot 1791 onder het bestuur van de West-Indische Compagnie (WIC): een Nederlandse handelsonderneming met het alleenrecht op handel, scheepvaart en kolonisatie in West-Afrika en de Amerika’s. De WIC had in 1675 Willemstad tot een vrijhaven uitgeroepen. Dat betekende dat het opslaan van goederen accijns of belastingvrij was.  Dat, boven op het ruime aanbod aan Europese handelswaren en Afrikaanse tot slaafgemaakten, zorgde ervoor dat het eiland destijds werd beschouwd als een bloeiende handelskolonie.

De Alphen

Het fregat ‘Alphen’ was een oorlogsschip dat werd ingezet om piraten te bestrijden. Koopvaarders hadden in de zeventiende en achttiende eeuw veel te lijden onder Algerijnse piraten. Daarom besloot de Admiraliteit van Amsterdam onder andere de ‘Alphen’ in te zetten tegen de piraterij bij de Barbarijse kust. Het fregat was bewapend met 36 kanonnen en was dankzij de smalle romp en het hebben van niet meer dan één geschutsdek relatief snel en wendbaar. Omdat fregatten met name succesvol waren bij patrouilletochten en de bescherming van konvooien, kreeg de ‘Alphen’ in 1777 een nieuwe taak: het beschermen van de lucratieve Nederlandse handel in West-Indië. Veel koopvaardijschepen ondervonden daar last van Engelse kapers. Engeland was een grote handelsconcurrent van Nederland. Beide naties wilden de machtigste positie op de wereldzeeën veroveren en vandaar dat zij met regelmaat met elkaar in oorlog waren. De ‘Alphen’ moest daarom verschillende Nederlandse koopvaardijschepen bijstaan. Zo kwam het fregat in Suriname terecht. Het schip moest daar patrouilleren, omdat er Engelse kapers actief waren.

Ontploffing

Het was iets voor acht in de ochtend toen de eerste van drie slagen gehoord werd. Waar de eerste knal een relatief kleine ontploffing betrof, was de tweede een gigantische uitbarsting die de huizen deed ‘dreunen en daveren op hun grondslagen’.[1] Er volgende een metershoge steekvlam die uit het midden van het fregat schoot en de masten als luciferhoutjes deed knappen.

Dikke rookwolken stapelden zich rondom het schip op. Bij de explosie kwam zoveel geweld vrij, dat, naar verluidt, het lijk van de kok op een van de daken van een huis in de omgeving terechtkwam. Hij had de lepel nog geklemd in zijn hand. Na de klap vormde zich een hoge vloedgolf die over de kaden en pakhuizen heen spoelde. Direct werden er sloepen eropuit gestuurd om alle overlevenden te redden, maar dat waren er niet meer dan twaalf. Eén van die twaalf overleed uiteindelijk alsnog aan zijn verwondingen.

Mysterie

Na de ramp is verschillende keren onderzoek gedaan naar de ‘Alphen’. Zo werd onder andere in 1897 archeologisch onderzoek gedaan naar de restanten. Tijdens dit onderzoek werd het wrak gelokaliseerd evenals talrijke onderdelen daarvan. Denk bijvoorbeeld aan kanonnen, glas en keramiek. In totaal werden zo’n 10.000 artefacten gevonden, geborgen, hersteld en geanalyseerd. Ondanks uitvoerig historisch onderzoek is tot op de dag van vandaag niet met zekerheid vast te stellen waarom de ‘Alphen’ tot ontploffing kwam. Uiteraard zijn er wel speculaties, die al op de dag van de ramp zelf begonnen. Vermoedelijk is het schip in wrakhout veranderd door het moedwillig aansteken van de kruitkamer. Als we de volksverhalen mogen geloven, zou een tweede konstabel verantwoordelijk zijn geweest voor dit drama. Hij zou die ochtend zijn verschenen en hebben geroepen: “We gaan met z’n allen ontbijten in de hel!” Of het écht waar is, dat weten we niet. Daarmee zal de ‘Alphen’ altijd een mysterie met zich mee blijven dragen.

Een bronzen 6-ponds jager afkomstig van het fregat ‘Alphen’. Het object is teruggevonden onder het wegdek van de Kleine Werf in Willemstad bij renovatiewerkzaamheden. Foto door: Francois van der Hoeven.

Tradities

Toch liet de ‘Alphen’ meer achter dan alleen mysteries en historische artefacten. Dat blijkt uit tradities en spreekwoorden die we tegenwoordig nog gebruiken of kennen en die zijn terug te voeren op de ramp van toen. Zo zou tot in de vorige eeuw op Curaçao het gezegde ‘Als dat gebeurt, zult gij mijn lepel hebben’ zijn gebruikt. Het verwijst naar de kok die met zijn lepel neerkwam op een dak na de ontploffing en werd gebruikt wanneer iemand een waarheid beweerde waaraan sterk werd getwijfeld. Ook de marine traditie van de ‘Loden Verrader’ is verbonden aan het ongelukkige fregat. In de eerste helft van de 19e eeuw werd door een visser een boegbeeld opgevist dat werd toegeschreven aan de ‘Alphen’. Het was een figuur van een vrouw die de naam ‘Loden Verrader’ kreeg. Het boegbeeld werd destijds verkocht aan de koopman Maduro, die het vervolgens in zijn tuin zette. Naar zeggen was men in marine kringen hier niet blij mee, waarna het werd gestolen om mee terug te nemen naar Nederland. In Nederland stuurden de autoriteiten het terug naar Curaçao, waarop Maduro het opnieuw in zijn tuin plaatste. Wat volgde was een traditie van stelen en terugsturen van het beeld. De laatste keer dat de ‘Loden Verrader’ gekidnapt is, was in 2018. Na jarenlang heen-en-weer reizen is uit onderzoek gebleken dat het boegbeeld helaas niet afkomstig is van het fregat ‘Alphen’. Deze bleek de vorm van een leeuw te hebben gehad en niet die van een vrouw.

De bemanning van Zr.Ms. Holland van de Koninklijke Marine in het Caribisch Gebied nam na een korte bijeenkomst het legendarische houten boegbeeld mee uit het Maritiem Museum van Curaçao om om het naar Nederland te ontvoeren (2018). Foto: Defensie Caribisch Gebied.

Tijdmachine

Tot op de dag van vandaag ligt het wrak in de haven van Willemstad, als een kleine tijdmachine verstopt onder het wateroppervlak. De historische artefacten uit het wrak zijn (deels) te zien in het Curaçao Maritime Museum en geven je een inzage in het verleden. Wist je dat het Marinemuseum heeft bijgedragen aan de expositie over de Koninklijke Marine in de West op Curaçao?

 

Is Curaçao nu iets te ver voor je? Ook bij ons in Den Helder kun je terecht voor de mooiste en meest indrukwekkende scheepsverhalen. Verder leer je er meer over de meest uiteenlopende marine tradities. Zien we je snel?

[1] Nationaal Archief Den Haag, Verspreide Westindische Stukken, 1.05.06, inv. nr. 972, verslag van W.A.I. van Grovestein en W.C. Boeij, Den Haag, 11 februari 1791.

[2] W. Nagelkerken, De Noodlottige Geschiedenis van het Hollandse fregat Alphen, Geëxplodeerd en Gezonken in 1778 in de Haven van Curaçao (Ede, 2009) 141.