Jan Doze - Momenten om nooit meer te vergeten
Vandaag, 18 maart, is het de Dag van de Ongemakkelijke Momenten! En nee, dat is niet iets om je voor te schamen. Deze dag draait vooral om het omarmen van gênante situaties.
Onhandige momenten – we noemen ze tegenwoordig vaak cringe – overkomen ons allemaal. Zélfs al ben je getraind op discipline en zorgvuldigheid! Oudgediende Jan Doze weet er alles van. Ook hij belandde tijdens zijn jaren bij de onderzeedienst in een situatie die nog steeds zijn wangen kleurt.
De zondag heb ik daar de hele dag zitten schoonspuiten, mét een doek voor mijn mond omdat het zo enorm stonk. Jan Doze
Eerste ongemakkelijke herinnering
Jan begon in 1970 bij de onderzeedienst – eerst op de Walrus, later bij de Dolfijn en verschillende Potvis-klasse onderzeeboten, waaronder ook de Tonijn. Bijzonder is dat hij op reguliere schepen altijd zeeziek werd. Jan heeft chronische zeeziekte. Gelukkig heeft hij daar in de onderzeeër geen last van gehad! Zodra hij onder de golven zakte kon hij opgelucht ademhalen.
De eerste ongemakkelijke herinnering die hij ophaalt, gaat over zijn eerste keer aan boord. ‘Toen ik de eerste keer aan boord kwam en mijn kastjes inruimde, hadden ze gezegd: zou je dat niet in plastic zakken doen? Ik dacht dat ze mij in de maling aan het nemen waren, want dat deed je vroeger met kameraden. Ik zei meteen dat dit een onderzeeër is en alles dus waterdicht is.’ Daar zat Jan er toch even naast. Er zit lenswater in de onderzeeër, vroeger meer dan nu. Het ondergoed was het eerste en Jan zelf de tweede die de effecten hiervan moest voorduren. ‘Ik heb de eerste maand schimmelend ondergoed gehad.’
Toen Jan begon op de Walrus was hij pas 17 lentes jong. Hij moest nog een hoop ervaringen opdoen, waaronder het nuttigen van alcohol. Zijn eerste keer zal hij echter nooit meer vergeten.
Rare smaak
‘Ik zat in een hotel. Bij de onderzeedienst slaap je altijd in een hotel (als je aan wal gaat en op reis bent). We zitten aan de bar en ze vragen – Doze, wat wil jij drinken? Ik zei, doe mij maar een colaatje. De cola had een rare smaak. Maar ja, het was voor het eerst dat ik in het buitenland was. Dus ik dacht, de cola zal hier ook wel anders zijn. Ik heb alles opgedronken. Van wat daarna is gebeurd weet ik bijna niets meer. De volgende ochtend hebben ze me wakker gemaakt, achter de bar, onder de blauwe plekken! Ze hadden geprobeerd mij naar mijn kamer te brengen, maar dat was mislukt.’
Wat blijkt? Bij het traplopen liet één van zijn kameraden hem bovenaan de trap te snel los, waardoor hij het hele eind weer naar beneden kukelde.
Toch gebeurde zijn meest gênante moment een stuk dichter bij huis, in Rotterdam om precies te zijn.
Ik stond op de boot, deze lag nog in het dok in Rotterdam. Wel in het water, maar heel hoog. De batterijen, dat waren er wel 335, van zo’n 500 kg per stuk, moesten er nog in. Ik had wacht en kreeg de opdracht om het potje te blazen – dat is de septic tank (met afvalwater dat onder andere afkomstig is van de toiletten). Deze moest in één keer worden leeggeblazen. Jan Doze
Jan kreeg deze opdracht voor zijn takenboek. Dit boek wordt nauwkeurig bijgehouden voor het kunnen afoefenen op de onderzeeboot. Heb je alles behaald? Dan krijg je de flipper – het symbool voor professionaliteit, kennis, vaardigheden en ervaring.
‘Ik moest alle kleppen dichtdraaien – anders blaas je alles naar binnen toe – en moest niet te veel druk gebruiken. Toen de korporaal zei: nou Jan, we zijn er klaar voor. Je kunt hem opengooien en er druk op zetten, zette ik de druk op. Eerst hoorde ik het gesis van wat er uit de septic tank kwam, maar daarna een hoop gevloek waar de honden geen brood van lusten!’
Naast de hooggelegen onderzeeër waar Jan zich op dat moment op bevindt, ligt op dat moment nog een schip! Deze ligt véél lager en erger nog, de stuurhut ligt precies onder het gat waar het afvalwater uitkomt.
Flipper
‘Ik had in één keer die tank leeggeblazen tegen die stuurhut. Die man was niet blij… Het stonk! De zondag heb ik daar de hele dag zitten schoonspuiten, mét een doek voor mijn mond omdat het zo enorm stonk. Nu doe je dat niet meer in de haven, de beertank blazen.’
Gelukkig heeft Jan gewoon zijn flipper behaald en nog jaren gevaren bij de onderzeedienst. In 1978 stopte hij om uiteindelijk als enthousiaste vrijwilliger terug te keren op de Tonijn in het Marinemuseum. Meer weten over de onderzeedienst? Kom kijken in de Tonijn!
In de Tonijn vind je met regelmaat Jan, of één van zijn kameraden die je graag meer vertellen over hun bijzondere tijd bij de Koninklijke Marine.