Wanneer de marine onze marine werd

De marine is een eeuwenoude organisatie. Onszelf verdedigen op zee doen we zelfs nog veel langer. Was er misschien al een glimp te zien van een Nederlandse marine in de tijd van de Vikingen, of is de organisatie pas echt herkenbaar geworden in de tijd nadat Napoleon Nederland bezette? Sinds wanneer had Nederland een marine die we ook nu makkelijk zouden herkennen? 

Portret van Maximiliaan I (1459-1519) - Rijksmuseum

Het officiële begin

Van een centraal bestuurde, vaste marine organisatie kunnen we officieel pas spreken sinds 8 januari 1488. Dat is de datum die de Koninklijke Marine gebruikt om hun officiële oorsprong aan te geven. Sindsdien is de georganiseerde zeemacht altijd blijven bestaan. De Habsburgse keizer die toen over Nederland heerste, besloot die dag dat alleen de vorst nog recht had op het bevelen van gewapend optreden op zee en het veroveren van schepen. Voor die tijd lag dat recht namelijk bij verschillende steden en groepen. Met dit besluit werd de basis gelegd voor een centraal bestuurde vloot.

Één vloot, vijf admiraliteiten

De marine zag er toen nog heel anders uit dan de marine die we vandaag kennen. Zo voer een deel van de oorlogsvloot met gehuurde handelsschepen en waren er vijf admiraliteiten, verspreid over verschillende steden. Elke admiraliteit had verschillende prioriteiten en stelde hun eigen missies samen. Ook verzamelden ze zelf belastingen voor maritieme taken en mochten ze zelfs recht spreken.

Eenheid in opdracht

Vanaf 1597 werden de admiraliteiten voor gezamenlijke inspanningen ook nog bestuurd vanuit de regering van toen: de Staten-Generaal. Er was veel verdeeldheid tussen de admiraliteiten, en meestal werkten de admiraliteiten alleen samen als het echt nodig was. Een voorbeeld van een missie besloten door de Staten-Generaal was de Tocht naar Chatham in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. 

Het bestaan vóór het ontstaan

Verhalen over maritieme verdediging in het gebied dat we nu Nederland noemen, waren er al ruim vóór 1488. Dat is niet gek als je bedenkt dat grote rijken uit de oudheid, zoals de Perzen, Grieken en Romeinen, al indrukwekkende marines hadden. Aan de kusten van Nederland speelden weerbaarheid en militaire acties op zee ook al vroeg een rol. Bijvoorbeeld tussen 800 en 900 n.C. in de tijd van de Vikingen. De Nederlandse kusten waren toen onderdeel van het Frankische rijk, dat onder andere door Karel de Grote bestuurd is. Er wordt geschat dat er in de 8e eeuw al een organisatie in Friesland heeft bestaan die schepen uitrustte en bij elkaar bracht.

‘De Noormannen voor Dorestad’. Schoolplaat van J.H. Isings uit 1927. - Oneindig Noord-Holland

De Karolingische tijd

Niemand minder dan Karel de Grote maakte meerdere keren gebruik van Friese schepen voor zijn militaire missies en kustverdediging. Onder leiding van koning Karel de Kale, de kleinzoon van Karel de Grote, werd deze vlootpolitiek voortgezet. Zo werden in het gebied dat nu Vlaanderen is via structurele verdediging op zee de Vikingaanvallen wel een halve eeuw uitgesteld. Koning Karel de Kale zorgde er ook voor dat hoogstaande scheepsbouw zich verder bleef ontwikkelen, zodat het rijk zich steeds beter kon verdedigen.

Wanneer ging het roer om?

In de zogenoemde Karolingische tijd in de Middeleeuwen werd verdediging en technische ontwikkeling op zee dus al gecombineerd. Dat klinkt verrassend herkenbaar voor wie de huidige Koninklijke Marine kent. Dit was juist heel anders dan de werkwijze die de marine in 1597 had met verschillende admiraliteiten en de Staten-Generaal.

De taken van een marine, zoals wij die nu kennen, hebben in het Nederlandse gebied wel al eerder bestaan dan de formele oprichtingsdatum doet vermoeden. Dat maakt het ontstaan van de marine een interessant verhaal: Waar lag het omslagpunt van samenwerkende gedecentraliseerde organisaties naar de centrale zeemacht die we nu kennen als de Koninklijke Marine? Waar ligt de oorsprong van de manier waarop de marine in Nederland opereert?

Zonnetje schieten aan boord van Zr. Ms. korvet Triton op weg naar Nieuw Guinea in 1828 - Marinemuseum
Dekzicht van het bevoorradingsschip Hr.Ms. Poolster (ca. 1977) - NIMH

De koopvaart stuurt de vloot

De marine in Nederland past zich voortdurend aan de (inter)nationale veiligheidssituaties aan. De taken en prioriteiten van de marine veranderen altijd al mee met de belangen van Nederland en de wereld daarbuiten. Zo waren er in de 17e eeuw veel verschillende belangen bij de koloniën, wat ook zorgde voor gelaagde belangen bij de marine. De handelsmaatschappijen VOC en WIC domineerden de zeevaart en daarmee ook de belangen op zee.

Gravure: "De reede van Batavia", ca. 1775 - Marinemuseum

De marine in de handelseeuw

De admiraliteiten van de marine hadden in deze periode vooral een ondersteunende functie. Ze hadden de rol van een soort belastingdienst voor activiteiten op zee. Af en toe verleenden ze militaire ondersteuning, door bijvoorbeeld handelsschepen met oorlogsschepen te begeleiden. De verdediging van de handelsroutes en koloniën lag vooral bij de handelsmaatschappijen zelf. Daardoor werd de marine steeds een minder zelfstandige verdedigingsmacht. Wel werd de marine deze tijd al steeds actiever op wereldschaal.

Vlaggen van de marine van de Bataafse Republiek

De vijand als architect

Toen de VOC en WIC aan het eind van de 18e eeuw failliet gingen, nationaliseerden en werden ontbonden, bleek dat de marine te afhankelijk geworden was van de handelscompagnieën. De vloot was enorm verzwakt in verdedigingskracht, schepen waren er slecht aan toe en de dominantie op zee ging grotendeels verloren. De Franse tijd brak aan: een periode van grote politieke, sociale en economische veranderingen. Voor de Nederlandse zeemacht betekende dit een dieptepunt in de geschiedenis. Als onderdeel van de Frans-Bataafse vloot leed de marine vele nederlagen, zowel voor eigen kust als in de koloniën.

Hervormingen onder de Bataafse vlag

Juist in deze moeilijke periode werd de basis gelegd voor de marine zoals we deze tegenwoordig herkennen. Er werd intensief gewerkt aan de hervorming en centralisatie van de zeemacht. De vijf admiraliteiten werden opgeheven en het bestuur over alle zaken over zee kwam in handen van één centraal comité. Ook kwam er in deze tijd aandacht voor training en betere omstandigheden voor de bemanning.

Fransen verloren, marine herboren

Aan het einde van de Franse periode steunde het grootste deel van de Nederlandse marinebemanning nog altijd de Nederlandse monarchie. Dit leidde op meerdere schepen tot muiterijen, die bijdroegen aan het verwerpen van het Franse bestuur. De muiters wilden niet vechten tegen de Engelse vloot, omdat hun Prins van Oranje in Engeland ondergedoken zat. Toen de Fransen zich uit Nederland terugtrokken, keerde de prins terug naar Nederland en werd hij tot koning uitgeroepen. Het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden ontstond en de marine werd in 1813 hernoemd tot de Koninklijke Marine.

Blijvende verandering

Veel hervormingen uit de Franse tijd bleven behouden. Voor het eerst sinds 1488 bleef de marine langdurig centraal bestuurd en georganiseerd. De focus verschoof van handel en oorlog met name richting defensie en technologische ontwikkeling. Ook gingen de verschillende krijgsmachten langzaamaan steeds meer samenwerken.

Zr. Ms. Van Amstel - Defensie Koninklijke Marine

Een marine die meebeweegt

De heropbouw na de Franse tijd was essentieel. De Koninklijke Marine groeide uit tot een zeemacht met een krachtige, beschermende rol. Ze kregen de structuur en taken die ondanks continue technologische en strategische vernieuwing, in de kern herkenbaar zijn. Wie kijkt naar het ontstaan van de marine en de ontwikkeling van haar kernwaarden, ziet dat de zeemacht altijd meebeweegt met Nederland.

De marine was niet alleen een hulpmiddel van een bestaande staat, maar heeft zelfs een actieve rol gespeeld in het vormen ervan.