Jan van Speijk en de honger naar helden
Wie is Jan van Speijk? De jonge luitenant-ter-zee der 2e klasse Jan C. J. van Speijk werd in de 19e eeuw zó populair dat zijn naam en portret overal op verschenen, zelfs op suikerlepels en deurknoppen. Hij werd vanwege zijn dood een zeeheld en het nationaal boegbeeld voor toewijding aan het vaderland. Wat werd er over hem verteld en wat juist niet? Waarom kwamen er zo veel eerbewijzen voor Jan van Speijk en waarom was hij zo populair om af te beelden? En hoe komt het dat hij uiteindelijk toch weer werd vergeten?
Overblijfselen
In het Marinemuseum ligt een bijzondere verzameling objecten die Jan van Speijk vereeuwigen. De vitrine bevat zowel persoonlijke bezittingen als alledaagse spullen: zijn echte zwartgeblakerde Willemsorde, restanten van zijn uniform en haar, zijn pistool, zijn zegelring en een model van Kanonneerboot Nr. 2, maar ook kop en schotel, sigarenkokers, lepels en een deurknop, allemaal met zijn naam of portret erop.
De verering van Jan van Speijk ging zo ver dat hij een soort merchandise werd. Er werd zelfs een vuurtoren naar hem vernoemd in Egmond aan Zee. Zijn verhaal werd hét onderwerp van veel historiekunst en een symbool voor eerbied in kinderprenten.
Als men het over Van Speijk heeft gaat het vaak alleen over zijn opmerkelijke dood: zijn zogenaamde ultieme zelfopoffering. Maar zijn verhaal gaat indirect over het verlangen naar een gezamenlijke nationale identiteit, het kneden van de geschiedenis en het verheerlijken van het vaderland in een tijd van onrust en verlies.
Een stukje achtergrond…
In 1815 werd door Groot-Brittannië en de andere overwinnaars van de Napoleontische oorlogen besloten dat het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden één sterk land moest worden. Dit nieuwe koninkrijk moest bestaan uit de gebieden van het huidige Nederland, België en Luxemburg. Het doel: Frankrijk omringen door sterke landen zodat het geen nieuwe oorlog kon beginnen.
Willem I werd koning van deze nieuwe staat, maar merkte dat het noorden en zuiden sterk verschilden in cultuur, taal, gewoonten, economie en industrie. Er werd van hem verwacht van deze gebieden een vreedzame eenheidsstaat te maken. Hij probeerde dit door per regio verschillende aanpakken te gebruiken. Ook voegde hij politieke stromingen samen en stimuleerde hij landelijk goed uniform onderwijs. Hiermee versterkte hij onbedoeld zijn toekomstige oppositie.
Tijdens deze uniformiseringspolitiek nam het aantal heldenverhalen en kunstwerken over het vaderland erg toe. Deze verhalen benadrukten een gezamenlijke geschiedenis als één land. Mythevorming rond helden uit het vaderlandse verleden was namelijk ook een middel om onderlinge verbondenheid en een nationale herinnering te ontwikkelen. Deze methode kwam voort uit de verzetsliteratuur die ook veel geproduceerd werd tijdens de Franse bezetting, waarin het verheerlijken van het ‘echte’ vaderland zorgde voor een sterk vaderlandsbewustzijn.
Ondanks de inspanningen van Koning Willem I zorgden de pogingen tot standaardisering in het zuiden voor veel verzet op religieus, economisch en politiek vlak.
In 1830 brak een opstand uit met als doel onafhankelijk te worden van het koninkrijk. In reactie hierop piekte weer de productie van mythische Nederlandse heldenverhalen en kunst. Vanwege de Belgische Opstand groeide de verdeeldheid tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden weer.
De strijd vond zowel op het land als op het water plaats. Zo werd bijvoorbeeld Antwerpen met Nederlandse marineschepen op de Schelde afgesloten.
En toen?
Het koninkrijk stond op het spel en moest laten zien dat het nog altijd sterk genoeg was om het volk aan zijn zijde te houden. Hoe doe je dat? Vertel het volk over de Nederlandse held die liever voor zijn land en Koning stierf dan in Belgische handen te vallen!
Die held? Jan van Speijk. Zijn verhaal gaat als volgt:
Het verhaal van Jan van Speijk
Er was eens een jongen genaamd Jan van Speijk, die al jong veel verdriet had meegemaakt. Hij was pas vier toen hij zijn broertjes, zusje en vader al was kwijtgeraakt. Hij verhuisde samen met zijn oudere broer en moeder naar zijn grootmoeder, waar hij leerde lezen en schrijven. Op tienjarige leeftijd overleed ook zijn moeder en kon hij niet langer bij zijn oma blijven. Daarom stuurden ze hem naar het Burgerweeshuis in Amsterdam, waar hij als voorbeeldig leerling terecht kwam.
Eerst probeerde hij kleermaker of grutter te zijn, maar uiteindelijk is hij zijn dromen achternagegaan. Bij de marine een zeeheld worden leek hem een geweldige baan. Hij werd stuurmansleerling en klom op tot luitenant ter zee. In deze functie werd hij commandant van Kanonneerboot Nr. 2. Dit schip nam deel aan de blokkade van de Schelde, waardoor het gebied veel economische verliezen telde. Tijdens het bombardement van Antwerpen op 27 oktober 1830 vocht hij zo dapper, dat Baron Chassé hem met de koning een Willemsorde gaf. Later, op 5 februari 1831, dreef zijn Kanonneerboot ineens catastrofaal af. Door harde wind raakte hij aan lagerwal. Een woedende Belgische menigte probeerde het schip te veroveren met Nederlandse vlag en al.
Voor dit kon gebeuren verrichtte Van Speijk een ware heldendaad. Hij haastte zich naar de kruitkamer, waar hij niemand meer binnen laat. ‘Dan liever de lucht in!’, riep hij, voordat hij een brandende lont in het kruit mikte. De kanonneerboot vloog uit elkaar met een enorme knal om te voorkomen dat de Antwerpenaren het inpikten.
Van Speijk, zijn bemanning en een onbekend aantal Belgen kwamen om het leven. De explosie is omstanders erg lang bijgebleven. Van Speijk heeft alles gegeven om te voorkomen dat de Nederlandse vlag werd gestreken. In de Noordelijke Nederlanden mocht een eerbetoon voor de zelfopoffering voor Van Speijk dan ook niet ontbreken. De koning besloot dat er voor altijd een schip met de naam Van Speijk moest varen. Dit zou Nederlanders eeuwenlang inspireren Van Speijks moed en toewijding te evenaren.
De weggelaten werkelijkheid
Het verhaal van Van Speijk werd gepolijst en op verschillende manieren afgebeeld in kunst. De verhalen liepen aan Nederlandse en Belgische zijde flink uit elkaar. Nederlandse berichtgeving stelde dat de Belgen eisten dat de Nederlandse vlag werd weggehaald en dat ze de kanonneerboot in beslag probeerden te nemen. Belgische bronnen stelden dat aanwezige Belgische militairen een nieuwsgierige massa aan de kade probeerden weg te houden van het schip en slechts enkelen van hen alleen aan boord wilden komen om te overleggen hoe ze de boot in het slechte weer terug in het diepe konden krijgen. De eerste verklaringen van de overlevende Nederlanders bevestigden de Belgische versie van het verhaal, maar een paar dagen later trokken ze hun verklaringen weer in en beweerden ze dat ze hun eerste verklaring onder dwang van het Belgische Vrijkorps hadden gemaakt.
Vanwege een gebrek aan ooggetuigen en de verwarrende uiteenlopende verklaringen, kon er door kunstenaars voornamelijk alleen gespeculeerd worden over de details van het verhaal. Hierom laten schilderijen ook verschillende details zien. Stak hij het kruit aan door erin te schieten met zijn pistool of gooide hij er een brandende sigaar in? Waarschuwde hij een jongen die nog overboord sprong, werd hij belaagd door Belgen, was hij alleen of wist zijn bemanning wat er ging gebeuren? Kunstenaars baseerden hun werk vooral op elkaar, omdat er weinig en sterk uiteenlopende feiten waren.
Sterker nog: er waren geeneens goede portretten van Van Speijk zelf. Portretten die na zijn dood zijn gemaakt zien er erg verschillend uit. Bijna niemand wist precies hoe hij eruitzag. Er bestond maar één portret uit zijn leven, maar de verblijfplaats daarvan is onbekend. Ook zeeschilders baseerden het tafereel van de ontploffing aan de kust van Antwerpen op elkaar. Dit is te zien doordat Kanonneerboot Nr. 2 bij bijna elk kunstwerk links staat.
Ook werden in de verhalen details uit zijn leven weggelaten die wél zeker waren.
In de meeste verhalen was Van Speijk een voorbeeldige leerling, maar uit gegevens bleek dat hij in het weeshuis flink gestraft was omdat hij vaak wegliep. Hij werd ontslagen als kleermaker en grutter en voordat hij stuurmansleerling bij de marine werd, werd hij er meerdere keren afgewezen voordat hij werd aangenomen. Ook is hij uit zichzelf gestopt bij de marine om weer kleermaker te worden. Hij werd weer ontslagen en daarna werd hij uiteindelijk luitenant ter zee bij de marine. Zijn instabiele carrière werd goedgepraat door te zeggen dat hij simpelweg niet stil kon zitten en liever in de haven ronddwaalde, dromend over de marine.
Daarnaast werd over de ontploffing vaak gesteld dat er niet zeker was hoeveel doden er met Van Speijk vielen aan de Belgische kant. Toch laten Belgische doodsoorzaken-registers simpelweg zien dat er naast de 26 bemanningsleden van Van Speijk minimaal zeven Belgische beroepsmilitairen en leden van het Vrijkorps stierven door de explosie. Daarbij is het opvallend dat er sprake was van een wapenstilstand tussen Nederland en België op het moment dat Van Speijk bang was in Belgische handen te vallen en zich daarom opblies. Hoezo dacht Van Speijk dan dat hij aangevallen en overmeesterd werd?
‘Dan liever de lucht in’
Zijn beroemde uitspraak ‘Dan liever de lucht in!’ is ook niet zeker. Er zijn alleen brieven waarin hij dit suggereerde. In de winter vlak voor zijn dood klaagde hij daarin dat hij zich niet kon bewijzen voor het vaderland zoals de landsoldaten omdat de Schelde bevroren was. Hij schreef ook dat hij niet voor de vijand zou bukken. Als hij overmeesterd zou worden, zou hij het kruit in brand steken en ‘allen de lucht in laten vliegen’. Verder schreef hij dat hij alles over had voor de koning en liever met boot en al de lucht in zou gaan dan een ‘infame Brabander’ te worden.
Toen hij in februari de Schelde weer op kon, maar door wind naar wal werd geblazen, bleek dat hij niet overdreef. Vanwege de vele onzekerheden van zijn verhaal werd de kunst hierover meer geprezen om zijn pracht en educatieve betekenis dan om zijn historische waarheid. Waarom was dat?
Voorbeeldig voorbeeld
Vanaf ongeveer 1818 werd in verschillende Nederlandse literatuur gesteld dat exempla virtutis, voorbeelden van dappere en deugdzame figuren, in het bijzonder geschikt waren voor kunst. Juist deze onderwerpen zouden de zeggingskracht van een kunstwerk vergroten. Dappere daden werden beschreven om te laten zien welk gedrag wenselijk was en om mensen aan te moedigen zich aan deze voorbeelden te spiegelen. Zo droegen kunst en literatuur ook actief bij aan het vormen van een nationale identiteit. Historische schilderijen hoefden daarbij niet volledig feitelijk of chronologisch correct te zijn. In een tijd waarin nieuwe helden schaars waren, grepen de kunstenaars terug op figuren uit bijvoorbeeld de Tachtigjarige oorlog en de zeventiende eeuw, om de onderlinge verbondenheid te blijven stimuleren.
Juist op het moment dat deze nationalistische kunst en literatuur begonnen af te nemen, maar de behoefte aan een gezamenlijke identiteit bleef staan, liet Van Speijk zijn kanonneerboot ontploffen. Zijn daad bood precies wat ontbrak: een hedendaagse held.
Hoewel de gebeurtenis nauwelijks politieke gevolgen had, kondigde de koning drie dagen landelijke rouw af. Van Speijks dood en de significante erkenning daarvan van de koning hielp zijn status als held enorm vergroten. Voor kunstenaars was dit een unieke kans om eindelijk een eigentijdse held te verbeelden, in plaats van steeds terug te grijpen op zeehelden uit vorige eeuwen. De gebeurtenissen rond Van Speijk leidden tot een ware tweede explosie aan schilderijen, prenten en teksten, waarmee hij razendsnel een vaste plek kreeg in het nationale geheugen.
Meer dan een jaar na zijn dood, midden in deze golf van historiekunst, kreeg Van Speijk een staatsbegrafenis en een gedenkmonument in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, terwijl hij eerder al anoniem begraven was. Er werden zelfs kleine stukken van het uniform en haar van Van Speijk verkocht, voorzien van ‘echtheidscertificaten’. Zulke rauwe details waren in de kunst niet zo gewenst. Verbeelding van de angst van de bemanning of Belgen die zagen wat Van Speijk van plan was, het geweld of beelden die de gruwelijkheid te expliciet toonden werden zwaar bekritiseerd.
Specifieke inzet
In boeken, prenten, gedichten en liederen keerden steeds dezelfde opgehemelde momenten terug, vaak met een moraliserende boodschap. In kinderboeken werd Van Speijk neergezet als voorbeeldige wees, passend bij de religieuze en opvoedkundige idealen van de 19e eeuw. Zo bleef hij een exemplum virtutis, niet omdat zijn verhaal volledig klopte, maar omdat het bruikbaar was.
En het leefde nog kort en ongelukkig
Pas vanaf 1833 klonken in Nederland de eerste kritische geluiden over de acties van Van Speijk. Zelfmoord werd binnen christelijke waarden namelijk niet als fatsoenlijk gezien. Critici stelden dat hij niet alleen zijn eigen leven had genomen, ook dat van anderen en met beide zonden de wil van God had genegeerd.
Na 1840 nam de verering van Jan van Speijk al snel af. Veertig jaar na de gebeurtenis leefde zijn naam bij het grote publiek al bijna niet meer. De politiek gespannen situatie met België was niet langer relevant en daarmee verloor ook het verhaal van zijn vendetta tegen Belgen zijn betekenis in de maatschappij.
Door de eeuwen heen bleef Van Speijk wel een voorbeeldfiguur, maar steeds binnen kleinere kringen, zoals bij de marine. Zijn verhaal verschoof van een verhaal over vaderlandsliefde naar een voorbeeld van hoe de behoefte aan een gezamenlijke herinnering enorm groot kan worden in een tijd waarin nationale identiteit onder druk staat.
Eer en heldendom veranderden van een hedendaags systeem naar simpelweg een gevoel in het heden. Zo kwam er geleidelijk een einde aan de verheven verhalen en de massale verering van de nationale held Jan van Speijk.
Wie vandaag in het Marinemuseum aan een vrijwilliger vraagt: ‘Kunt u me wat vertellen over die Van Speijk?’, heeft een grote kans eerst te horen: ‘Natuurlijk, op dat schip heb ik zelfs nog gevaren!’ Pas daarna zal het verhaal van de man zelf volgen. Niet de mythe, maar de schepen leven voort.