Van houten schepen naar onderwaterdrones: mijnenjagen met de Hr.Ms. Alkmaar.
Hr.Ms. Alkmaar was een mijnenjager. Haar hoofdtaak? Het mijnenvrij houden van de zee en schepen beschermen in mijngevaarlijke gebieden. Op 28 mei is het 43 jaar geleden dat de Alkmaar in dienst werd gesteld. Tijd om dit bijzondere schip uit te lichten! Het Marinemuseum sprak met H.P.M. (Ric) Karis, de laatste commandant van de Alkmaar.
Een nieuwe mijnenjager
Tot 1983 werden mijnenjagers gemaakt van hout – dat waren omgebouwde mijnenvegers van de Dokkum-klasse. Daar kwam verandering in met de komst van de Alkmaar – de eerste mijnenjager die gemaakt werd van kunststof (glasvezel met polyester). De Alkmaar was niet alleen voor Defensie een nieuw soort schip, ook voor de scheepsbouw betekende dit schip een nieuwe uitdaging. Karis, vertelt ons dat het één grote proef was, het bouwen van een zeeschip van die omvang van kunststof.
‘De eerste romp van de Alkmaar-klasse werd afgekeurd. Daar zaten te veel luchtbellen in en was daarom niet sterk genoeg. Ze moesten opnieuw beginnen! De tweede romp was uiteindelijk voor de Alkmaar bestemd.’
De Alkmaar maakte onderdeel uit van de Alkmaar-klasse – een serie van oorspronkelijk vijftien mijnenjagers. Wat deze schepen in de jaren ’80 zo revolutionair maakte – buiten de kunststof romp om – was de aanwezigheid van de PAP (Poisson Auto Propulsé). Met de PAP konden deze mijnenjagers, in tegenstelling tot mijnenvegers, mijnen op afstand opsporen en vernietigen!
‘Als je een vermoedelijke mijn met de sonar gedetecteerd had, werd de PAP gelanceerd. Die had een camera aan boord. Als er een mijn in beeld kwam werd een mijnvernietigingslading losgelaten. De PAP kwam dan eerst weer terug aan boord. Daarna werd met een akoestisch signaal de mijnvernietigingslading geactiveerd. Deze werd samen met de mijn tot ontploffing gebracht.’ De beperking van de PAP was dat dit systeem geen verankerde mijnen kon vernietigen. Daarvoor was nog altijd een mijnenveger nodig.
“Als ik aan de marine terugdenk, heb ik ondanks al die bezuinigingen vooral mooie en warme herinneren aan mijn varende tijd aan boord van de mijnenjagers van de Alkmaar-klasse. Die blijven in mijn geheugen gegrift.”
Achterstallig onderhoud
Defensie kreeg kort na het in dienst stellen van de nieuwe mijnenjagers te maken met bezuinigingen. Dat resulteerde in eerste instantie tot het uit dienststellen van de mijnenvegers maar had ook zijn beslag op de mijnenjagers. Toen Karis in 1993 voor het eerst als commandant aan boord stapte van de Alkmaar, had hij direct door hoe groot de impact van deze bezuinigingen was op zijn dagelijks werk, en het schip.
‘Door een tekort aan onderhoudscapaciteiten en reservedelen was het lastig om de schepen te onderhouden en varend te houden. Dat leidde vaak tot vertragingen en had invloed op het uitvoeren van je operationele taken.’ Zo werd bijvoorbeeld het groot-onderhoud van de Alkmaar met een jaar uitgesteld en moesten we alle zeilen bijzetten om het schip technisch goede staat te krijgen en te houden. ‘Dat was moeilijk, maar maakte tegelijkertijd van de bemanning ook een heel hecht team’.
Modernisering
Rond de eeuwwisseling werd de Alkmaar-klasse – die inmiddels in aantal flink was uitgedund – gemoderniseerd. Naast nieuwe sonars, kregen de schepen ook een nieuw mijnenvernietigingssysteem: de SeaFox. Een op afstand bestuurbaar explosief dat naast bodemmijnen nu ook verankerde mijnen kon vernietigen.
In 2000 werd Karis voor de tweede keer commandant op de Alkmaar. ‘Ik kwam opnieuw op de Alkmaar, maar kreeg een hele andere opdracht: de inzet van op afstand bestuurbare mijnenveegdrones onderzoeken.’
Duitsland had op dat moment het Troika-systeem: een onbemand drone-systeem waarmee veel veiliger een mijnenveegoperatie kon worden uitgevoerd. Karis en zijn bemanning mochten gebruik maken van dit systeem om te testen of het ook was te integreren in de gemoderniseerde Alkmaar-klasse. Dat ging, zo zegt Karis, verbazingwekkend goed. Toch zijn ze er voor de Alkmaar-klasse niet meer gekomen.
Het einde van een tijdperk
In 2005 is de Alkmaar, samen met verschillende andere Alkmaar-klasse mijnenjagers verkocht aan Letland. ‘Dat vond ik jammer. Het varen met zo’n schip en de bemanning motiveren om tot goede prestaties te komen is voor iedere commandant een geweldige uitdaging. Voor de Alkmaar kwam daar op dat moment een einde aan.’
Reden voor de verkoop, waren opnieuw bezuinigingen. ‘Ik vond het niet erg dat ze aan NAVO-partner Letland werden verkocht. Wat ik wel erg vond, was dat wij steeds minder mijnenbestrijdingseenheden overhielden. We gingen naar een just-enough situatie. Hierbij werd geen rekening gehouden met een eventuele verliezen [tijdens inzet]. Bij het verlies van maar één schip, zouden er direct grote problemen ontstaan.’
‘Ik kan me herinneren dat de [toenmalige] minister van Defensie naar Den Helder kwam om een en ander toe te lichten over de nieuwe ronde bezuinigingen. Wij mochten vragen stellen en ik vroeg hoe deze nieuwe bezuinigingen zich verhouden tot onze verplichtingen in de NAVO. We voldeden immers al lang niet meer aan de toen nog geldende 2% NAVO-norm, met deze nieuwe bezuinigingen dus nog minder. Het antwoord op die vraag kreeg ik uiteraard niet.’
Toekomst
Anno 2026 zijn de tijden van bezuinigingen op Defensie voorbij. Meer dan ooit begrijpen we hoe belangrijk het is om te investeren in onze veiligheid. ‘Het is goed dat er nu meer wordt geïnvesteerd, maar het is ook frustrerend dat de huidige geopolitieke situatie daarvoor nodig was. In tijden waarin vrede vanzelfsprekend lijkt is het lastig uitleggen hoe belangrijk het is om te blijven investeren in Defensie. Het bouwen van schepen, het werven van personeel en trainen van bemanningen is niet zomaar terug. Dat kost jaren’
De ervaringen die Karis als commandant destijds opdeed op de Alkmaar, dragen vandaag de dag bij aan de toekomst van de Mijnendienst. ‘In mijn periode als Groep-oudste Mijnendienst heb ik mogen bijdragen aan een toekomstperspectief voor de Mijnendienst. Het is mooi is dat veel van zoals we er toen tegenaan keken, met de introductie van de nieuwe mijnenbestrijdingseenheden realiteit is geworden.’
Officieel zijn er bij de Koninklijke Marine op dit moment nog drie Alkmaar-klasse mijnenjagers operationeel (Hr.Ms. Schiedam, Hr.Ms. Zierikzee en Hr.Ms. Willemstad). Hr.Ms. Vlaardingen en Hr.Ms. Makkum zijn in 2024 uit dienst gesteld. De bemanningen van de uit dienst gestelde schepen zijn zich aan het kwalificeren voor de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Vlissingen-klasse. Uiteindelijk zullen de resterende uitdienst gestelde Alkmaar-klasse mijnenjagers worden overgedragen aan Oekraïne.
Meer weten over de Koninklijke Marine Mijnendienst? Een Seafox van dichtbij bekijken of meer ervaringen van varen op een mijnenjager horen? Bezoek dan onze tentoonstelling ‘Marine van Nu’.